It's the most wonderful time of the year!

Het is nog maar november, maar dat houdt de kerstgekte niet tegen. Mijn halve trouwboek schalt al kerstmuziek door onze boxen sinds september, zoonlief droomt luidop van de cadeaus onder de boom. Menu’s worden besproken, feestplanningen opgesteld.

Om even weg te zijn van die veel te vroege kerstdrukte, besluit ik een ommetje te maken in de wijk. Ik schiet mijn jas aan en verberg mijn snoet diep in mijn sjaal. Ik ben nog geen tien meter verder of ik besef dat dit geen goed idee was. Ik sta stil, kijk rond me en zucht.

Het afgelopen jaar deed ik onderzoek naar lichtvervuiling. Fijn, want ik leerde veel over de impact van kunstmatig nachtlicht op de fenologie van straatbomen, gedragsverandering van dieren en de gevolgen voor onze eigen gezondheid. De keerzijde van de medaille is ergernis telkens ik mijn hoofd buiten steek na zonsondergang. Tuinen worden verlicht met slingers vol lampjes en lichtgevende rendiergeweien. In één tuin spot ik zelfs een metershoge gedecoreerde kerstboom, ballen en al. De lampjes in de boom knipperen nog ook. Het is nog maar november, maar de wijk doet vrolijk mee.

Ik zou me niet zo mogen ergeren. Deze tijdelijke kerstgekte is verwaarloosbaar in het grotere plaatje. Straatverlichting, schijnwerpers op bedrijventerreinen en sportcomplexen, serres en reclame- en gevelverlichting doen allemaal hun duit in het zakje. Bovendien staan we er nauwelijks bij stil hoeveel licht naar buiten sijpelt terwijl we binnen in de woonkamer de lampen aansteken.

Robert V. Ruggiero, Unsplash

Bij hoge woontorens in de VS leidt dat laatste jaarlijks tot miljoenen raamslachtoffers. De vogels raken gedesoriënteerd tijdens hun vlucht en vliegen massaal te pletter tegen de verlichte ramen. Kunstlicht verstoort ook de natuurlijke navigatie van insecten en kan hun feromoonproductie blokkeren. Bij krekels heeft kunstlicht een invloed op de timing van het paringsritueel en dus op de voortplanting. Het paarseizoen van stadsvogels wordt verlengd, hun hormoon- en immuunsysteem beïnvloed.

Ook bij planten zijn er opmerkelijke veranderingen door toedoen van kunstlicht. Onderzoeken in de VS en Groot-Brittannië vonden een vervroegde bladvorming bij bomen in regio’s met lichtvervuiling, wat het risico op nachtvorst vergroot, maar ook gevolgen heeft voor de gezondheid en voortplanting van de bomen in kwestie. In de herfst wordt verkleuring uitgesteld en blijft het blad langer hangen. Deze veranderingen in fenologie hebben bovendien repercussies doorheen het ganse ecosysteem. Het kan bijvoorbeeld de synchronie verstoren tussen het uitkomen van de eitjes van de kleine wintervlinder en het uitbreken van de bladeren in hun waardbomen, zoals de zomereik.

Al dat licht is ook slecht nieuws voor de mens. Steeds meer onderzoeken wijzen op het belang van een donkere nacht voor onze gezondheid. Kunstlicht beïnvloedt ons slaappatroon en vergroot mogelijk de kans op obesitas, borstkanker en mentale gezondheidsproblemen. Bovendien gaat lichtvervuiling ook gepaard met het verlies van onze sterrenhemel. We staan er nauwelijks bij stil hoe ons dat als mens beïnvloedt, en wat het betekent om op te groeien zonder ooit de Melkweg te zien. Het is dan ook niet verwonderlijk dat in 2009, de International Astronomical Union in een resolutie het recht op een ongerepte nacht opnam, als een ‘fundamenteel sociaal-cultureel en milieurecht’.

In principe is de oplossing vrij simpel. Draai gewoon de lampen uit. Maar daar wringt het schoentje. Bij veel mensen wordt duisternis geassocieerd met onveiligheid. Nochtans blijkt uit onderzoek geen direct verband te bestaan tussen verminderd straatlicht en criminaliteitscijfers. Hoewel de angst voor misdaad dus stijgt bij duisternis, stijgt de reële misdaad niet mee. Bij verkeersveiligheid speelt goede straatverlichting wél een rol, maar ook hier is een kleine kanttekening nodig: het aantal ongevallen blijkt sterk toe te nemen tijdens en net na de schemerperiode wanneer onze ogen nog aanpassen aan de verandering van licht. Straatverlichting zou dus gedimd kunnen worden van middernacht tot zes uur ‘s morgens, zonder verhoogd risico.

Op het vlak van criminaliteit en verkeersveiligheid valt het (al dan niet tijdelijk) doven van straatlampen dus goed te verantwoorden. Maar de veiligheidsperceptie is minstens even belangrijk. Zeker in tijden waarin vrouwen zich niet altijd veilig voelen op straat (denk maar aan het debat dat losbarstte na de moord op de 17-jarige Lisa in Nederland) is het cruciaal om ook met dat aspect rekening te houden. We moeten daarom op zoek naar een evenwicht tussen milieu- en gezondheidsimpact enerzijds en het veiligheidsgevoel anderzijds. Dat lukt alleen door alle betrokkenen samen te brengen: biologen, ecologen, lichtexperts, gemeentebesturen én senioren- en vrouwenorganisaties. Onze steden kunnen met véél minder licht, maar dat is enkel haalbaar als de hele gemeenschap zich daarachter kan scharen en zich daarbij ook écht veilig voelt.

Hoewel ik dus het liefst - als een echte milieumaniak - alle straatlampen van Gent zou doven, om in alle rust door de wijk te kuieren ‘s avonds, genietend van de sterrenhemel en de occasionele vleermuis, besef ik dat er eerst een lang traject van overleg en burgerbetrokkenheid nodig is. Hoe sneller we dat proces starten, hoe beter.

Voorlopig schud ik dus maar de lichtvervuilingskwestie uit mijn kop en zet ik mijn wandeling verder, vastbesloten te genieten van de lichtjes in onze wijk.

Of dat toch tenminste te proberen.

Deze column over lichtvervuiling is verschenen in het laatste nummer van 2025 van Groencontact, het vakblad van de Vereniging voor Openbaar Groen (VVOG).